Categorie archief: Pablo Perruche

De zilveren belofte…

Voilà, mijn eigen website is een feit… en daarmee ook mijn eerste blogbericht! En waarmee zou ik site & blog beter kunnen openen, dan met een fragment uit mijn eerste boek, Pablo Perruche, dat op 1 september verschijnt?

PeterLievens_17

De zilveren belofte

 

Het is zondagvoormiddag en ik ben met mijn mama alleen! Zoals iedere zondag zit papa bij Marcel de bierman, onze overbuur, en is mijn zus Kim naar de bib. Kleine broer slaapt.

Ik ben met mama alleen in de keuken en ik vind het zalig! Het middageten pruttelt op het gasfornuis. Mama drinkt van een rode porto, ik van een gele limonade. Ineens zegt mama: ‘Dat deden onze mijnheer en madam nu ook altijd zie Pablo, iedere zondagvoormiddag dronken ze samen een aperitiefje. Mijnheer dronk altijd een porto, madam meestal een sherry. Het is toch spijtig dat onze papa zo eens geen portootje met ons wil drinken.’

‘Ja, dat is spijtig’, zeg ik. Ik meen niet wat ik zeg, eigenlijk heb ik graag dat papa geen porto met ons drinkt. Papa drinkt veel, vooral veel bier…

 

‘Alle kijkers zijn broekschijters! Alle zeggers zijn eierenleggers!’ Het klinkt vreemd maar ook dreigend. Ik krijg schrik. Ik voel me betrapt. Ik vind het vreemd als ik zie hoe hij, klik, klik, met zijn plakijzer, de kroonkurken van twee flesjes trekt en ze zomaar in een keer leegdrinkt. Hij zet de lege bierflesjes terug in de bak, haalt iets uit de kroonkurken en duwt deze er terug op. ‘Ik doe dat alleen voor u!’ zegt papa.

 

De laatste tijd drinkt hij dus ook speciale Adler luxepils. Mama weet het niet van de flesjes die hij in de garage voor mij drinkt. Van ieder flesje Adler-pils spaart papa het binnenste van de kroonkurk. Al die kroonkurken zijn voor een zilveren sleutelhanger met adelaarskop erop. Binnenkort gaat papa die sleutelhanger speciaal voor mij bestellen.

De adelaar is de schoonste vogel van de wereld. De adelaar staat symbool voor moed en voor kracht. Zo een zilveren hanger is alleen voor de echte helden.

 

Holder de bolder, hop, hop, hop, ik ben 6 en ik rij hopla hop, met mijn strandkar alleen de straat over om bier. Van Marcel de bierman krijg ik 5 frank voor iedere lege bak Adler-pils. Ik trek, sleur bijna iedere dag opnieuw een volle bak bier tot in onze garage. Papa is fier op mij.

 

‘Met zo een nieuwe voiture van een Mercedes, dat verstaat ge nu toch dat ik die sleutelhanger voor mijn auto moet gebruiken!’

 

De zilveren sleutelhanger met adelaarskop erop is voor onze nieuwe Mercedes, maar papa heeft mij beloofd om zijn best te doen en om te sparen voor nog een exemplaar.

Ik let ongelooflijk goed op. Als papa aan het spreken is met mama, doet hij mij dikwijls een teken met zijn oog. Ik ga dan zo snel als ik kan bij de bierman. Soms zweet ik en tril ik op mijn benen. Het is altijd zwaar, zo met die bak bier in mijn bolderkar de straat op. Hij zegt dat ik er wat moet voor over hebben. Een zilveren adelaar dat krijgt ge niet zo maar voor niks. Moed en kracht, dat is alleen voor de echte mannen! Hop, hop, hop…

 

‘Al die moeite is voor niets geweest jongen. Ze zijn op, het is afgelopen, er zijn er geen meer. Er is geen sleutelhanger meer te krijgen!’

Ook al stopt hij met het sparen van kroonkurken, minderen met drinken doet papa niet!

Mij kan het op den duur ook allemaal niets meer schelen, ik krijg per lege bak toch 5 frank.

 

Papa gaat voor mama een Simca stationwagen kopen, en daar gaat hij dan een uurwerk bij krijgen. Hij zegt dat hij nog iets goed te maken heeft met mij. Dat uurwerk gaat hij aan mij geven! Hij heeft het niet altijd gemakkelijk met dat veel werken, daarom drinkt hij soms eens een pintje teveel. Wij mogen content zijn dat hij ze zo goed verdient, en daarbij, wij komen niets tekort…

 

‘Nee, ik ga het hem niet terugvragen’, jammer ik.

‘Gij gaat dat terugvragen ondankbare stouterik!’

 

Samen met mama stap ik tot bij meester Jan, onze andere overbuur.

‘Bitte schön’, zegt de bij de meester op vakantie zijnde Oost-Duitse Arnold.

‘Kinderen hé meester, daar hebt ge nooit mee gedaan, maar gij zult dat wel weten zeker.’

‘Het is geen erg madam.’ De meester lacht en pinkt een oogje naar mij.

Ik doe mijn communiearmband en mijn uurwerk terug om, glimlach groen naar Arnold en zeg beleefd: ‘Nog een goedendag meester Jan.’

‘Niet alleen uw zilveren armband, ook nog dat uurwerk, hoe is dat mogelijk! Waar heb ik dat aan verdiend? Dat een mens dat moet meemaken! Wat een affront! En dan nog aan die logeerjongen! Gij zijt schaamteloos en ondankbaar, weet ge dat! Ik zeg het tegen uw papa en gij blijft hier in die hoek tot ik zeg dat ge er uit moogt!’

Mijn knieën doen pijn. Kim gniffelt.

Ik weet het… Ik ben een ondankbaar kind.